Klederdracht

Terschellinger klederdracht

In vroegere tijden werd er ook op Terschelling nog veel in klederdracht gelopen. Tegenwoordig wordt het nog door een enkeling gedragen, maar is het vrijwel verdwenen.

Wanneer ze aan het werk waren, droegen de Terschellinger vrouwen een jak van een bonte stof. Op zondagen was deze jak van een effen stof, vaak groen, bruin of zwart, met een korte schoot, wijde mouwen en nauw om de pols sluitende manchetten.

Later is de jak vervangen door het “kleetse”, een stoffen japon gemaakt uit een stuk. Bij rouw werd een zwarte gedragen, onder normale omstandigheden een effen kleur, vaak grijs. De hals was afgewerkt met een fijn wit plooiseltje, bij de zondagse jurk was dit een gebloemde, fijn geplooide borstdoek.

Op het hoofd droegen de vrouwen een “mutske”, strak omgetrokken met keelbanden.

Terschellinger klederdracht

Wanneer de vrouwen op zondag gekleed gingen, werden lage schoenen met gespen en zwarte of witte kousen gedragen. Om de hals werden snoeren van bloedkoralen met gouden slot en oorbellen gedragen.

Updates

Aangepast zoeken